paulomoekotte’s posterous

 

Teacherbridge: activity system structure

Comments [0]

Conceptueel kader van sociale innovatie (SER)

Comments [0]

Onderwijslogistiek, sociaal kapitaal en betrokkenheid

Veel ROC's in het land zoeken op dit moment naar oplossingen in de bedrijfsvoering die een verdere flexibilisering en individualisering van het onderwijs mogelijk maken. Een van die initiatieven, het samenwerkingsverband PARELL, had vandaag een bijeenkomst georganiseerd  waar ik als contactpersoon van het ROC van Twente bij aanwezig was.

Naast een presentatie over de resultaten van Triple A, een vergelijkbaar samenwerkingsverband, werd een presentatie verzorgd door het bedrijf Alvitrae. In samenwerking met het ROC van Eindhoven heeft Alvitrae een planningstool voor roosteraars ontwikkeld (Xedule).

In de kern worden door deze tool alle mogelijke leerroutes/-programma's van individuele studenten geclusterd door een roostermachine. Die 'machine'  probeert zoveel mogelijk de capaciteit van de organisatie, in termen van mensen en middelen, optimaal af te stemmen op de vraag van de studenten. Ook de onderwijscatalogus speelt bij dit planningsproces een belangrijke rol. Gevolg daarvan is mogelijkerwijs dat studenten voor de verschillende leeractiviteiten steeds weer met wisselende medestudenten een ingeplande activiteit volgen. Tijdens de presentatie vielen een paar keer de begrippen 'requirements' en 'contstraints'.
 
Als het gaat om 'constraints'  schieten mij een aantal zaken door het hoofd die weinig te maken hebben met doelmatigheid en betaalbaarheid van onderwijsbedrijfsvoering maar m.i. wel degelijk van invloed kunnen zijn op het onderwijsrendement.

Bijvoorbeeld de vraag of de, mogelijk dagelijks, sterk wisselende samenstelling van de 'groepen' die het onderwijs op deze manier volgen het idee van 'samenwerkend leren' niet in de weg staat. Binnen CGO is samenwerkend leren een belangrijk concept dat qua werkvorm niet alleen goed past bij projectmatig werken maar ook dienstbaar is aan de ontwikkeling van sociaal kapitaal. In verband met de schooluitval in het MBO worden bovendien begrippen als binding en betrokkenheid vaak gebruikt.

Begrippen als sociaal kapitaal, binding en betrokkenheid kunnen niet alleen in verband gebracht worden met de persoonlijke begeleiding van studenten door docenten en/of studieloopbaanbegeleiders. Veel aandacht gaat bij de invoering van CGO momenteel uit naar vormen van begeleiding.
Deze begrippen hebben evenzeer betrekking op de relatie(s) tussen studenten onderling. Relaties die van belang zijn voor samenwerkend leren en een participatieve pedagogie. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat sociaal kapitaal niet alleen de www.uvt.nl/web/FSW/tijdschrift/Need/Roest.pdf">prestatiemotivatie maar ook de leerprestaties van studenten positief beïnvloed. Tevens blijkt uit onderzoek van ROC's dat studenten vaak minder moeite hebben dan gedacht met de grootschaligheid van de organisatie of de schoolgebouwen. Een element dat daarbij een rol speelt is het groeps- en saamhorigheidsgevoel.

Ik kan me voorstellen dat een planningstoool, deels geïnspireerd door de planning in de luchtvaart, leidt tot efficiënte bezetting van het aantal stoelen en benutting van docenten. Maar ik vraag daarbij wel af wat deze wijze van plannen en roosteren betekent voor de sociale interactie en participatie in sociale verbanden binnen het onderwijs, de tevredenheid van studenten over de schoolorganisatie en eventueel zelfs de uitvalcijfers. 

Comments [0]

Gamers zijn sociaal actief op internet

Het stereotype beeld dat gamers eenzame nerds zijn die de hele dag achter de computer zitten, klopt niet. Volgens Jeroen Jansz zijn gamers juist sociaal gemotiveerd en hebben ze veel online contacten. Hij stelde dat in zijn oratie, waarmee hij vrijdag 13 november de bijzondere leerstoel Communicatie en media aan de Erasmus Universiteit Rotterdam aanvaardde.
Gamers zijn volgens Jansz op twee manier sociaal bezig op het internet. Ze delen hun mening over games met andere spelers via gamefora en weblogs. Verder werken ze mee aan het creëren van nieuwe games en het veranderen van bestaande games. Jansz gaat onderzoek doen naar de motieven van gamers en internetters voor hun interactieve opstelling op het web.

(bron)

Ook online games bieden dus blijkbaar de mogelijkheid tot participatie en nodigen uit tot interactie op het sociale vlak, een verschijnsel dat op vele sociale netwerken te vinden is. Nu is het nog de vraag of games zich eigenen voor een participatieve pedagogie of zoals Collis en Moonen dat noemen Pedagogy 2.0: Learning by contribution.

Het leveren van een actieve bijdrage door deelnemers in een netwerk zal, net als bij het op te starten Wikiwijs, afhangen van de mate waarin diezelfde deelnemers een belang hebben bij het leveren van een bijdrage. Over netwerken is bekend dat veel deelnemers (90%) tot de categorie lurkers behoren. De categorie die alleen maar haalt maar niet brengt (cf. Jakob Nielsen).

Voor studenten staat daar wellicht een (formatieve) beoordeling tegenover. Dat zie al terug bij veel wiki's die in het onderwijs worden ingezet. Wat docenten moet gaan prikkelen om actief bij te dragen aan Wikiwijs is mij nog niet helemaal helder.

Comments [0]

Alle reïntegratiemiddelen inzetten op jongeren.

Dat is het pleidooi van hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer. En dat is ook zijn advies aan de regering die zich in zijn ogen te veel bezighoudt met de AOW-discussie en te weinig met de problemen van vandaag en de komende jaren. 

De moeilijk bemiddelbaren en ouderen moeten maar met rust gelaten worden, vindt hij. ‘Dat klinkt hard, maar het is gewoon niet anders. Als we iemand in goede tijden niet aan het werk konden krijgen, dan gaat dat nu helemaal niet lukken. Voor deze groep moet je andere maatregelen nemen. Zorg voor goede schuldhulpverlening en participatieprojecten.

De Beer is niet gerustgesteld door de eerste voorzichtige berichten over een zich herstellende economie. Hij verwacht op korte termijn nog grotere problemen voor zelfstandigen, wanneer die het vet op hun botten kwijt zijn, en door de tijdigheid van maatregelen als de deeltijd-WW (bron).

Comments [0]

Taal- en rekenniveau jongeren toch niet zo slecht als gedacht?

Al enige tijd is er veel te doen over het niveau van onderwijs op basisscholen en middelbare scholen. Zo is er discussie over of het rekenonderwijs op basisscholen wel goed is en heerst er de algemene mening dat het taal- en rekenniveau van scholieren onder de maat is. Uit representatief onderzoek van Flycatcher blijkt echter dat het wellicht toch nog niet zo heel slecht gesteld is met de leerlingen wat betreft deze basisvaardigheden.

Wie niet verder kijkt dan de kop bij Leraar24.nl (zie het onderdeel In het nieuws) dan wel de lead bij Kennisnet (zie het citaat hierboven) wordt m.i. ten onrechte gerustgesteld. De onderzoekers van Flycatcher hebben een totaal van 1900 Nederlanders van 12 jaar en ouder  4 rekenvragen en 6 taalvragen voorgelegd. Bij de uitwerking van de scores is vervolgens een onderscheid gemaakt tussen scholieren en studenten en Nederlanders die geen onderwijs meer volgen. En die twee groepen worden met elkaar vergeleken.

Ruim de helft van de scholieren en studenten (resp. 60% en 55%) heeft alle rekenvragen goed, terwijl dit bij slechts ruim een derde van degenen die geen onderwijs meer volgen het geval is. Bij de taalvragen heeft ruim een derde van de scholieren en studenten (resp. 36% en 34%) alle vragen goed, terwijl van de Nederlanders die geen onderwijs meer volgen ruim een kwart alle vragen goed heeft.

Nou, nou. Dat is me wat. Studenten en scholieren doen het beduidend beter dan niet schoolgaande Nederlanders. En dan hebben we het over zegge en schrijve 4 rekenvragen en 6 taalvragen. Daar mag iedereen van vinden wat hij/zij wil. Maar om nu de suggestie te wekken dat het, in tegenstelling tot het PISA-onderzoek, wel mee valt met de taal- en rekenvaardigheid van onze jeugd gaat wel een beetje ver.

Het zou voor een site als Leraar24.nl verstandig zijn om qua nieuwsvoorziening iets kritischer te zijn. En dat zou ik eigenlijk van Kennisnet ook kunnen zeggen. Er wordt door veel andere bronnen al het nodige aan ongeverifieerde onzin over onderwijs het internet op geslingerd; laat nu de sites voor het onderwijs en docenten daar eens wat voorzichtiger in zijn.
 

Comments [0]

Leiderschap, arbeidstevredenheid en onderwijseffectiviteit

In scholen waar sterk integraal leiderschap wordt getoond, zo wijst het onderzoek uit, werken leraren onderling meer samen bij het realiseren van hun doelen. Dit doen ze ook bij het lesgeven en bij het vormgeven van de professionele ontwikkeling. De relaties tussen leraren en leerlingen blijken ook vaak beter te zijn.

Deze constatering kom ik vandaag tegen in de nota "Werken in het onderwijs" van OC&W. De uitspraak wordt gedaan op basis van het TALIS-onderzoek van de OESO. Dit onderzoek is een internationaal vergelijkend onderzoek onder leerkrachten en de eerste in zijn soort. Het OESO-onderzoek richt zich op het creëren van effectieve onderwijs- en leeromgevingen.

Helaas bevat het TALIS-onderzoek "geen specifieke noties over de situatie in Nederland". In het midden blijft hier waarom niet. Nou, dat is eenvoudig uit te leggen. Nederland heeft wel meegedaan aan het onderzoek maar de datasets die werden aangeleverd voldeden niet aan de specificaties en konden dus niet worden verwerkt. Dat is dus erg jammer.

Desondanks worden een aantal belangrijke conclusies uit het vergelijkend onderzoek meegenomen in de nota van OC&W. Gelet op de formulering heb ik de indruk dat de Nederlandse onderzoeksdata daar ook voor geraadpleegd zijn.

  • Met de stelling ‘De meest effectieve leraren krijgen de grootste beloning (in geld of anderszins)’ was slechts 8 procent van de Nederlandse leraren het (zeer) eens, tegenover 26 procent gemiddeld.
  • Het aandeel leraren dat aangaf recentelijk een gemiddelde of grote salarisbijstelling te hebben gekregen, was in Nederland met 5,5 procent lager dan gemiddeld (9 procent).
  • Ook was het aandeel leraren dat recentelijk een gemiddelde of grote loopbaanstap had gemaakt, in Nederland met 7 procent aanzienlijk lager dan gemiddeld (16 procent).
Ten aanzien van de eerste stelling blijft even in het midden wat bepaalt of een leraar effectief is. Maar een effectief leraar zijn is mij dunkt niet makkelijk in tijden waarin docenten gevraagd wordt om evidence-based praktijken te hanteren en doelmatigheidsbesef aan de dag te leggen.

Effectief leiderschap is, als je Fullan wilt geloven, evenmin eenvoudig. Daar komt volgens Fullan onder andere bij kijken dat je als leider in staat bent om mensen te enthousiasmeren, handelingsruimte te geven en er een goede relatie mee op te bouwen. En alleen maar Ja-knikkers om je heen verzamelen werkt op de lange termijn alleen maar negatief.

Dat gezegd hebbende is het ook niet plezierig om te moeten constateren dat de arbeidstevredenheid van MBO-docenten het laagst is vergeleken met de overige onderwijssectoren en dat er in alle sectoren sprake is van onvrede over de eigen organisatie (vergeleken met de marktsector).

Een positief punt is er ook nog:

Onderwijspersoneel is bijzonder tevreden over de werkinhoud en over de relatie met collega’s. De tevredenheid op deze punten is in alle  onderwijssectoren hoger dan in de marktsector.

 

De overheid spreekt in de nota verder de verwachting uit dat de onderwijswerkgevers "de mogelijkheden die de versterking van de functiemix biedt voor personeelsbeleid werkelijk optimaal te gaan benutten." Daarvoor is volgens de tekst van de nota nog wel een  forse cultuuromslag nodig bij schoolleiders en onderwijsbestuurders.

Filed under  //   Onderwijs  

Comments [0]

De leraar maakt het verschil.

De KNAW geeft aan dat wetenschappelijk onderzoek de cruciale rol van de leraar bij het rekenonderwijs bevestigt. Op het vlak van leerlingprestaties bestaan namelijk binnen een bepaalde rekendidactiek vaak grotere verschillen dan tussen de verschillende didactieken. De vakdidactische kennis van leraren bepaalt hun manier van onderwijzen en de resultaten van hun leerlingen.

Dit is een belangrijke constatering op basis van het KNAW-rapport van de commissie Lenstra "Rekenonderwijs op de basisschool" en voor sommigen een open deur. De leraar is (en blijft) de belangrijke schakel als het gaat om de effectiviteit van (reken)onderwijjs.

De KNAW spreekt in dit kader haar zorg uit over de kwaliteit van de pabo’s: het niveau van de vooropleiding van de instromende studenten neemt af en het aantal contacturen voor rekenen is gemiddeld genomen laag.

Wat wil je als blijkt uit internationaal vergelijkend onderzoekm, en PISA is daar een voorbeeld van, dat Nederland achterblijft bij de progressie die andere landen boeken. Nederland staat overigens niet alleen stil qua ontwikkeling en niveau van de rekenvaardigheid: "de prestaties op het gebied van bewerkingen (optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen) zijn sterk achteruitgegaan."

Het onderzoek van de KNAW heeft zich, naast de rol van de docent en de kwaliteit van de PABO's, ook beziggehouden met de vraag (of strijd) over de gewenste rekendidactiek. Het realistisch rekenen is al weer enige tijd onderwerp van  discussie. Volgens de KNAW is nog zeer onduidelijk welke didactiek de betere is.

De commissie concludeert dat het bestudeerde materiaal niet leidt tot eenduidige resultaten over de verschillen in opbrengsten van traditionele en realistische methoden.

OC&W is bij monde van de beide staatssecretarissen blij met dit rapport en zal naast het bevorderen van deskundigheid van docenten ook inzetten op onder andere:
  • Het opzetten van een onderzoeksprogrammalijn rekenen en taal om de komende jaren het empirisch onderzoek naar effectieve aanpakken in het onderwijs te versterken
  • Het instellen van een programmeringscommissie voor allocatie van research-and-development-gelden
  • De mogelijkheid verkennen van het laten uitvoeren van een analyse van rekenmethoden opdat scholen methoden beter met elkaar kunnen vergelijken. 
(bron)

Filed under  //   Onderwijs  

Comments [0]

Where in the world do people employ themselves? - Swivel

Where in the world do people employ themselves?

Ik maar denken dat het aantal ZZP-ers in Nederland groot is. Dat valt dus nog wel tegen.

Comments [0]

Nederlandse kenniseconomie in vergelijking tot int. gemiddelden en de top 5

Comments [0]